You are currently browsing the tag archive for the 'vertrek' tag.

En toen was het ineens 12 oktober …

Stond ik daar op Schiphol. De duizend-en-één-dingen-duizeligheid van het organiseren nog nagalmend in mijn hoofd. Alle mooie afscheidswoorden en –cadeautjes in mijn hart opgeslagen.

Ik ging dus echt, want ik stond daar toch op Schiphol met een uitgeleidebrigade? Ik was er zelf haast verrast om. En het moest nog snel ook, vanwege de drukte. Omhelzingen en tranen. En die handen die maar de lucht in bleven gaan om te zwaaien, de hele douanerij lang. Een beeld dat ik echt nooit meer zal vergeten.

 

De tranen bleven af en aan stromen tot, zeg, boven Gdansk of Litouwen, maar toen kwam de afleiding met het eten en het versneld invallen van de avond. De slaap wou niet komen deze keer, maar hé, was dat even een meevaller, want de nacht was zoooo mooi boven Ust Kamenogorsk, Novosibirsk en Mongolië. Een witheldere, bijna volle maan bescheen kale bergruggen en grillige dalen en liet mysterieuze aders en vlekken goudzilver oplichten en weer doven. Het duurde even voor ik in de gaten had dat het maanlicht de onder mij doorglijdende rivieren en meren kortstondig bescheen. Een verschijnsel dat ik nog niet eerder in mijn vlieghistorie had ontdekt. Waanzinnig mooi!

 

Tussen de slaappogingen door bleef het schermpje met de flight information mijn blik trekken. Mijn hoofd stond niet naar een film. De time to destination kroop per kwartier terug, geen enkele keer per uur of langer. Hmm, hadden Jan, Floor, Melanie of Kees op mijn plek gezeten dan hadden ze een hele toets kunnen vullen met opgaven over local time at destination en at origin, de altitude in feet en meters, de outside temperature in graden Celcius en Fahrenheit, de groundspeed en tail wind in miles en kilometers en misschien ook wel over de dragelijkheid van de snelheid waarmee een hart zich verwijdert van zijn geliefden.

 

Op Hong Kong Airport volgde een traject van eindeloze wandelbanden naar de transfergate, waarna ik eindelijk in het vliegtuig naar Hanoi kon stappen. Een van Vietnam Airlines nog wel, een mooie petrolgroene vogel. Is het deze kleur die mij met Vietnam verbindt?

 

Op Noi Bai Airport verliep alles veel vlotter dan gebruikelijk. Een beetje zenuwachtig wachtte ik op een vraag over mijn purpose of visit. Wat zou ik moeten zeggen? Op mijn inreisformulier had ik tourist en business ingevuld, alleen tourist zou misschien verdacht zijn geweest met een business visum voor zes maanden. Maar de vraag kwam niet en ik kon zo doorlopen naar de bagageband, waar mijn tas al rondjes aan het draaien was. Toen nog door de declaration met een stalen gezicht en meteen zag ik vriendin P Y staan in de afhaalmenigte. Ik was aangekomen. 

‘Hoe lang moet je nu nog?’  vraagt mijn collega, bijna alsof het gaat om de tijd die ik nog zwanger door moet brengen tot mijn bevalling. Nu, mijn uitgerekende datum is 12 oktober. Ik moet dus nog twee maanden, oh nee, sorry, nog acht weken. Nog acht weken werken, regelen, opruimen, schiften, inpakken en overdragen. Maar ook nog acht weken genieten van mijn huisje, mijn familie, mijn vrienden, mijn collega’s, mijn vaste baan, mijn eigen bed, mijn boeken, mijn schoenenverzameling, mijn fiets, mijn AH, mijn bank en mijn bestek. Dat moeten is dus eigenlijk helemaal geen moeten. Het is mogen. Hoe meer het vertrek nadert, hoe meer doordringt wat ik allemaal achterlaat. Uit vrije wil. Uit verlangen. Met nieuwsgierigheid en gretigheid. Maar ook met pijn in het hart. Niet vanwege de dingen: dag huis, dag balkon, dag keukendeur. Dag fiets, dag AH, dag bestek.

Maar vanwege jullie.