You are currently browsing the tag archive for the 'motor' tag.

Alweer een volle maan boven Ngoc Ha, steeg nummer 172. Is het de derde of de vierde sinds ik hier woon? De tijd gaat snel!

 

Het is vandaag de vijftiende dag van de eerste maanmaand van het nieuwe jaar. Dit is elke maanmaand een belangrijke dag, maar deze eerste van het nieuwe jaar is extra belangrijk. Het was dan ook weer razend druk bij de tempels vandaag. Bij elke volle maan wordt er druk gebeden en geofferd. Niet alleen in de tempels, maar ook thuis, op het dakterras, op het voorpleintje of, bij gebrek aan beide, gewoon op de stoep. In een metalen oventje dat op een huisje lijkt, in een schaal of in een simpel vuurtje.

 

Mijn buurvrouw voert haar ritueel uit op het dak, ter hoogte van mijn balkon. Even denk ik dat er brand is, maar het is haar offervuur. Ze legt er papieren nepgeld en andere offergaven in. Boven haar zweven tientallen papieren hemellantaarns op de wind onder de maan door. Zoveel heb ik er nog nooit bij elkaar gezien, zelfs niet met Tét, het Vietnamese Nieuwjaar.

 

Tét was dus vijftien dagen geleden. Ik vierde mijn tweede Oud & Nieuw binnen een maand. Met mijn gezelschap ging ik om twaalf uur kijken naar het georganiseerde vuurwerk boven het Truc Bac Meer. Het ging een beetje de mist in, wat ook wel weer iets sfeervols had. Voor het einde van het vuurwerk barstte het verkeer al weer los. Iedereen moest op weg, ergens anders heen. Naar familie of een feest. Iedere motorrijder wilde daar als eerste aankomen en dook daarom in elk gaatje in het verkeer dat zich voordeed, zoals gewoonlijk. Met als gevolg dat alles al snel vaststond.

 

We wisten ons aan de opstopping te ontworstelen en vertrokken naar de Tay Ho Tempel, aan de oever van het Tay Ho Meer. Er zou na twaalven geofferd worden in de tempel, had ik gelezen. En of er werd geofferd! De twee mogelijke wegen naar de tempel waren ineens eenrichtingswegen geworden, zodat iedereen een rondje moest rijden. Dat bleek wel nodig ook. Honderden, misschien wel duizenden mensen kwamen naar de tempel. In de restaurantjes aan het toegangslaantje lagen de gefrituurde garnalen en andere snacks hoog opgetast te wachten op hongerige tempelbezoekers. De verkopers van wierrook, nepgeld, goudkleurige takken en andere offerandes deden goede zaken. De sfeer leek op die van een nachtelijke jaarmarkt. In de tempel zelf was het dringen geblazen voor de verschillende altaren. Aan de rand van het tempelterrein, de oever van het meer, was het rustig. Op het zacht kabbelende water dreven tientallen door kaarsjes verlichte papieren lotusbloemen.

 

De dag voor Tét ging ik naar Hang Ma, de ‘papierstraat’ en kocht er een hemellantaarn. Ook hier was het een drukte van belang. Op het laatste moment moesten er nog slingers, lichtjes, ‘lucky money’-envelopjes en andere Tét parafernalia gekocht worden. In de omringende straten was de jaarlijkse traditionele bloemenmarkt, waar veel kerststerren, gladiolen, lelies en orchideeën werden aangeboden, maar waar vooral de kumquat- en bloeiende perzikboompjes de show stalen. Al weken beheersten motoren met soms enorme bomen op de bagagedrager het straatbeeld. Ik stelde me tevreden met wat takjes roze perzikbloesem.

 

Nadat we in de Tét nacht genoeg gestaard hadden naar de gloeiende lotusbloemen die deinden op het meer, zochten we buiten de tempel een rustig plekje met gunstige windrichting om onze hemellantaarn de lucht in de sturen. Dat vergde een goede samenwerking, maar de verpakking bevatte enkele handige tips:

 

  1. After the distribution of fuel to packaging equipment Kong Cross wire in the side of the field again deduction presses. The fuel-pressure lock firmly.
  2. A person wishing light take up a Top: Another person fuel ignited the four angle.
  3. Wait for that the heat enough light, lanterns person lets loose A top hand, changes grips under the light to encircle. Has when the lifting force may let go releases for flying.
  4. Wishing light rose slowly the sky, do not forget Wishing oh ……

 

De laatste tip bleek het meest waardevol, want het zien gaan van de lantaarn wekte zoveel ver- en bewondering, dat we bijna vergaten een wens te doen …

 

raise the red lantarn - Tét nacht
raise the red lantarn – Tét nacht

Enkele Tétfoto’s in de volgende post en op http://picasaweb.google.com/aquanica68/

‘Five thousand’, zegt het joch van de parkeerplaats met een brutaal gezicht en steekt om zijn prijs kracht bij te zetten vijf vingers in de lucht. Ik lach ‘m uit. De normale prijs voor het parkeren van een fiets is hooguit tweeduizend dong. Dus steek ik twee vingers omhoog. Maar hij houdt vol. Ik draai me om en wil weglopen, hoe zat ik het ook ben om een parkeerplekje voor mijn fiets te zoeken. Maar ik ga er echt geen vijfduizend dong voor betalen.

 

Ik heb een missie vandaag. Er mist namelijk nog een typisch Aziatisch gebruiksartikel in mijn huishouden: de thermoskan. En hoewel de moderne Vietnamese thermoskan gemaakt is van kunststof, ga ik op zoek naar de ouderwetse metalen versie, die tegenwoordig in Nederland verkrijgbaar is als nostalgisch kitsch gadget, met meestal een uitbundig bloemenarrangement erop afgebeeld. 

 

Op de fiets rij ik richting centrum. Mijn gevoel zegt me dat ik in of rondom de grote markthal in de oude wijk de meeste kans maak er een te vinden. In moderne winkels overheersen plastic en ander kunststoffen, voor gelijk welk artikel.

 

Voor ik aan mijn zoektocht begin wil ik eerst iets eten. Het is lunchtijd. Ik rij rechtstreeks naar een parkeerplek die ik al ken van vorig jaar, om de hoek van de markthal. De opzichter wuift me naar ‘iets verderop’, in mijn interpretatie iets verder op de parkeerplek. Ik zie nog een gaatje tussen de tientallen motoren op de stoep, manoeuvreer mijn fiets daarin en zet ‘m op slot. Dan probeer ik al zwaaiend contact te krijgen met de opzichter om hem te laten weten dat mijn fiets hier staat. Nu moet hij met een krijtje een nummer op mijn zadel schrijven en mij een papiertje met dat nummer overhandigen. Normaal gesproken dan. Hij ziet me niet en ik gooi onwennig mijn eerste ‘Em oi!’ eruit, de aanspreekvorm voor een iemand die jonger is dan jijzelf. Maar blijkbaar roep ik niet hard genoeg of spreek ik het toch niet goed uit, want er volgt geen reactie. Dus loop ik naar hem toe en wijs ik naar mijn fiets. Zo gauw hij begrijpt wat ik bedoel, schudt hij zijn hoofd. ‘No bicycle here, only motorbike!’ ‘But where …?!’ Hij haalt zijn schouders op en wuift weer vaag in dezelfde richting, verder van de markt. Hmm. Ik wil niet verder weg, dus wurm ik mijn fiets weer tussen de motoren uit en fiets ik juist dichter naar de markt. Ik probeer het bij de hal zelf. Op het bord staat dat er motoren én gewone fietsen geparkeerd kunnen worden. Mooi. Maar ook hier krijg ik nul op het rekest. De opzichter gebaart vaag naar ‘iets verderop’. Hmm, dat kon wel eens moeilijk worden. Iets verderop, bij de volgende parkeerplek, wordt weer gewuifd en zo gaat dat nog een aantal keren door. Ik probeer mijn gelijkmoedigheid te behouden en rijdt in steeds grotere cirkels rondjes om de markthal. Zonder resultaat.

 

Misschien is lunchtijd niet het meest gunstige moment om een parkeerplek te bemachtigen. Overal staat het stikvol motoren. Buiten de officiële plekken is ruimte op de stoep, maar alleen als je bij het belendende zaakje een boodschap doet. Bij de achtste opzichter die liever ruimte houdt voor de dubbele inkomsten genererende motoren, besluit ik om mijn geluk te beproeven aan de andere kant van het oude centrum, een kleine kilometer verderop. En ja, daar is dus ruimte zat en mijn fiets is welkom, zij het tegen een exorbitante vraagprijs. Maar net als ik af wil druipen en mijn missie eraan wil geven, valt mijn oog op het officiële bordje. Het zegt wit op blauw dat het parkeren van een fiets tweeduizend dong kost en dus laat ik het assistentje weten dat hij hoog in de boom kan blijven zitten met zijn ‘five thousand!’ Ik parkeer mijn fiets en betaal de echte opzichter tweeduizend dong. Zonder slag of stoot overhandigt hij mij in ruil een ticket.

 

mijn mondriaan

mijn mondriaan

Na een lunch van gefrituurde visballetjes met verse koriander, vissausdip, sla en dunne ronde noodles, ga ik op jacht naar mijn thermoskan. In de straatjes rond de markthal vind ik slechts drie van het gewenste type. Eén glanzende rode met het geijkte weelderige boeket, één met een woest kijkende Chinese heerser én één in een heel curieuze uitvoering: een beheerst Mondriaanmotief in de on-Mondriaanse tinten beige, rood en donkergroen, tussen Mondriaans geplaatste zwarte lijnen. Voor slechts 70.000 dong (€ 3,30) is deze van mij. Missie toch nog geslaagd.

 

 

‘This is brake, drive slowly, you good driver?’ Meneer Xuan, de hoteleigenaar, die ook de motor verhuurt, is zuinig op zijn spullen en zijn gasten. ‘Yes, she very good driver, drives in Hanoi’, verzeker ik hem. ‘Ok, ok, be careful, this is brake, drive slowly ok?’ zegt hij nog maar eens voor de zekerheid. Hij weet het zo net niet, twee vrouwen op de motor.

 

Het is zeven uur in de ochtend. We zijn op pad. PY rijdt en ik zit achterop. Op weg naar de tankstop. Dan de brug over, richting Phat Diem. Zolang we nog in Ninh Binh zijn is de weg goed: vlak en breed. Weinig verkeer. Met een lekker vaartje tuffen we de stad uit. Verkeerd rijden kunnen we niet, het is min of meer immer gerade aus, 30 kilometer. Er is een alternatieve route, maar meneer Xuan vond die te ingewikkeld voor ons. ‘Not easy, not easy, veeeery difficult’. Bij gebrek aan een kaart van de omgeving nemen we dit advies maar ter harte.

 

Al snel rijden we tussen de rijstvelden, waar druk geoogst wordt. Het wegdek wordt minder, dus we doen het rustig aan. De vroege ochtendzon legt een zachtgele gloed over de velden. In de verte liggen dorpjes waar steevast een kerktoren boven uitsteekt. We zouden zo in Brabant kunnen rijden. Hoewel, van dichtbij blijken deze katholieke kerken een stuk kleurrijker te zijn dan die van ons.

 

Wij zijn op weg naar een heel speciale katholieke kerk: de kathedraal van Phat Diem. Maar, zoals altijd, is de weg ernaar toe minstens zo interessant als het doel. De velden en dorpjes wisselen elkaar af. Het dagelijkse plattelandsleven gaat zijn gangetje. De kapper opent zijn salon onder een boom aan de kant van de weg. De kippenboer brengt zijn levende have bungelend aan zijn fietsstuur naar de markt. Daar liggen al hompen vers geslacht varken op een houten tafel. Een hond scharrelt rond bij een hoopje vuilnis in de goot.

 

Dan stuiten we op een processie. Een lange stoet komt ons tegemoet en slaat voor onze neus rechtsaf. De kop van de stoet wordt gevormd door een groep mannen met hun fiets aan de ene en een grote zwartwitte banier in de andere hand. Dan volgt de muzieksectie. Mannen in een wit uniform, met een witte marinepet, blazen op hun trompet. Anderen slaan op hun trommel. Drie mannen in donkere kleren blazen op hun kèn dám ma, een hobo-achtig instrument, dat een mysterieus, blikken geluid voortbrengt.

Hierna volgt een eindeloze stroom vrouwen. Ook zij hebben de fiets aan de hand. In hun andere hand een kleurige paraplu tegen de nu inmiddels brandende zon. Allen dragen ze een witte ao dai, de traditionele dracht voor vrouwen. Nu had bij mij een lichtje moeten gaan branden. Niet vanwege de ao dais, maar vanwege hun witte kleur. De kleur van de rouw.

Al vaker zag ik een begrafenisstoet in Vietnam, maar deze herken ik in eerste instantie niet. Altijd dragen de mensen witte banden om hun hoofd geknoopt. Die zijn hier afwezig. Ik sla aan het fotograferen, tot ik de baar gewaar word, helemaal aan het einde van de stoet. Beschaamd laat ik mijn toestel zakken. Hoe mooi versierd de baar ook is, met bloemen, slingers en een banier, ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er foto’s van te maken.

 

Bijna rijden we het voorbij. Het bord met een pijl naar de Phat Diem kathedraal. Net op tijd zie ik ‘m en we keren om een smal zijlaantje in te slaan. Aan het einde van het laantje ligt de kathedraal, van ons gescheiden door een grote vijver. Het is nog vroeg. De toeristenbussen uit Hanoi zijn nog niet gearriveerd en de winkeltjes hebben nog geen klandizie. De kathedraal ligt er in zijn East meets West-pracht sereen bij. Enkele andere vroege vogels struinen rond de kathedraal; over de hoven en langs de losse zijkapellen. Het is een plaatje. De vijver weerspiegelt de klokkentoren, een bijna vierkant gebouw met drie open poorten die de doorgang vormen naar het voorhof van het hoofdgebouw. Het heeft drie daken in Chinese stijl: overhangend, met gewelfde hoeken. In het midden van elk van de drie poorten ligt een grote stenen verhoging, waarop vroeger de mandarijnen zaten om het gepeupel te observeren dat naar die gekke katholieke missen ging.

Op het voorhof ligt het graf van father Six, de Vietnamese priester die de kathedraal bouwde van 1875 tot 1899. Zijn werk is een unieke samensmelting van oosterse pagode- en westerse kerkstijlen.

 

De hoofdingang van de kathedraal is gesloten. We lopen rond en vinden een andere entree, aan de zijkant. De kathedraal is nu weer in gebruik en bij warm weer worden alle houten zijpanelen verwijderd uit de muur, zodat het lekker door kan waaien. Vanochtend zitten alle panelen op hun plaats en is het schemerig binnen. Ik zit een tijdje op een van de houten banken, die net als bij onze kerken van voor naar achter geplaatst zijn. Machtige houten pilaren van massief ijzerhout rijzen boven me uit. Zijsteunen met houtsnijwerk ondersteunen het dak. Het houten interieur straalt een enorme warmte uit. Boven en rond het altaar heersen de kleuren rood, goud en vooral hemelsblauw, waarin Chinese wolken drijven.

 

Buiten drijven er ook witte wolken in een helblauwe hemel. Het is nog steeds vroeg, maar we hebben er na een licht ontbijt al een hele ochtend opzitten. Op naar een restaurantje. Bij de uitstalkast aan de straat wijs ik op de eieren, de tomaten en de koekepan en de kokkin kijkt me een beetje aarzelend aan. Zij wijst op het rauwe rundvlees. Ik kijk háár een beetje aarzelend aan. Ik wijs nog een keer op de eieren en de tomaten. Als ze plakjes van het vlees begint te snijden, laat ik haar begaan en gaan we aan tafel in afwachting van wat komen gaat. Ze snijdt de tomaten. Ze slaat een teen knoflook en wat verse gember plat met een groot hakmes. Een bosje lenteuitjes gaat aan snippers. Als de olie heet is gaan de knoflook en de gember in de pan. Het vlees gaat erbij. Vervolgens de tomaten en de lenteui. Ach, dan maar met vlees, ook lekker. Maar dan heeft ze nog een ingredient over. Met een ei in de hand kijkt ze me vragend aan. Ze wijst eerst op het ei en dan op de pan. Ik knik ja. Ze vindt het héél vreemd, maar breekt dan toch twee eieren in de pan. Het eindresultaat is een beetje van haar en een beetje van mezelf en héél erg lekker. Maar wat moet er bij? Rijst blijkt er niet te zijn. En de bún (ronde noodles) vindt ze niet gaan bij het nieuw ontstane gerecht. Maar ze weet raad. Bij de overbuurvrouw haalt ze een heerlijk vers Frans stokbroodje en overhandigt mij dat met een onzekere blik. Als ze me ziet smullen is ze gerustgesteld. Voldoende om nog een koppelpoging te wagen met een ongetrouwde lokale bezoeker.

 

Met een gevulde maag stappen we weer op de motor. We volgen dezelfde weg terug, zoals meneer Xuan ons op het hart drukte. Maar dat geeft niks, het ziet er toch allemaal net weer  iets anders uit en ik geniet net zoveel als op de heenweg. Meneer Xuan ziet ons terugkeren en kijkt goedkeurend. Wij zijn nog heel en zijn motor ook. Best stoere meiden, denk hij.

 


Meer foto’s van de korte vakantie in Ninh Binh en omgeving op: http://picasaweb.google.com/aquanica68

(via blogroll als deze link niet werkt)

 

 

Mijn voorlopig favoriete stekje is het trapje voor de deur, vooral ’s avonds in het donker. Nog even luisterend naar het zingen van de krekels, het gekwaak van de kikkers en het ge-oink van de gekko’s. Tenminste als het laat genoeg is, want dit eens stille laantje is nu een doorgangsroute geworden naar de oever van het West Lake. Daar is het afgelopen jaar een boulevard aangelegd die nogal populair is bij de Hanoise jonggeliefden. Zij hebben nergens privacy, behalve in het donker, aan de waterkant. Daar schijnt druk te worden gevoosd. Pas als de motorgeluiden verstommen, daalt de rust neer en is de stilte hoorbaar.

 

Een andere populaire plek voor romantisch samenzijn is Lovers Lane, bijnaam voor de weg die tussen het West Lake en Truc Bach Lake in loopt. Aan beide kanten water dus. Tien jaar geleden was ik hier voor het eerst. Het was inderdaad een romantische plek. Het verkeer in Hanoi bestond toen nog voor tachtig procent uit fietsers. Niet de jachtige fietsers die wij vaak zijn, maar meer van het type dat net genoeg vaart heeft om niet om te vallen.

 

Hoe anders is het nu! Lovers Lane is Traffic Lane geworden. In ieder geval in de avondspits. Wat was ik blij met mijn fietshelm toen ik juist daar terechtkwam in een opstopping van honderden motoren en enkele auto’s. Toch voel ik me heel thuis in Hanoi als ik op de fiets zit. Het is heerlijk om onderdeel van de stroom te zijn. In Nederland zijn de straten ‘leeg’, ook al zijn ze vol met auto’s. De mensen zitten verstopt in hun compartimentjes: hun huizen, kantoren en huisjes op wielen. Hier is alles vol leven, een zacht stromende energie.

 

Is fietsen in Hanoi al een heerlijke, hoewel uitdagende, manier om je deel van het geheel te voelen, het summum is toch wel bij iemand achterop de motobike door de stad te cruisen. Je zweet niet en kunt lekker om je heen kijken. Helaas geen wind meer door je haar, want sinds kort is het verplicht om een helm te dragen, wat maar beter is ook …

 

En als ik dan voor het slapen gaan buiten op dat trapje zit, luister ik naar de zingende krekels, de kwakende kikkers en de oinkende gekko’s. Het lawaai van de stad sterft weg en het lawaai van de natuur neemt het weer over. Een weldadige lawaai, na een dag getoeter en geronk.

 

mijn fietshelm en ik
fietshelm
mijn motorhelm en ik
motorhelm