You are currently browsing the tag archive for the 'elfstedentocht' tag.
‘It giet oan’, hoor ik Henk Kroes achter mijn rug zeggen. Ik ben het registratieformulier dat de Vietnamese employee mij zojuist overhandigde op de ‘Royal Dutch Embassy’ aan het invullen. Verward kijk ik om en zie ik het televisiescherm dat de clichébeelden over Nederland aan het uitzenden is. Mijn bezwete rug is net aan het opdrogen in deze gekoelde luxe kantoortoren, dus de woorden van Henk Kroes komen lichtelijk absurd over.
Nu ik mijn eigen plekje heb in Hanoi is het tijd om mijn verblijf hier te laten registreren. Vanaf een muur achter de balie kijken Willem Alexander en Maxima toe hoe de employee mij vertelt dat we momenteel ambassadeurloos zijn. De vorige is al vertrokken en de nieuwe arriveert pas in januari. Wat onze Koningin daar van vindt, weet ik niet. Haar portret hangt vast wel ergens, maar niet in het zicht van de bezoeker. Alsof de troonopvolging al heeft plaatsgevonden.
Mijn nieuwe onderkomen is een ruime kamer in een mooi, degelijk en schoon gebouw. Het gebouw ligt aan een steeg, zo’n honderd meter van de doorgaande weg. De ronk- en toetersymfonie is hier wel te horen, maar verdunt tot een aangename herinnering aan de dynamiek van de stad in de verte. De steeg is woongebied, een andere wereld. Een oase van zacht verglijdende tijd, waarin de geluiden, geuren en kleuren van het Vietnamese dagelijks leven de rust versterken. Het gerinkel van servies, het neerzetten van een kopje op een tafelblad, een raam dat opengaat, de kleren die buiten worden gehangen om te luchten, een teil die gevuld wordt bij het kraantje in de bocht in de steeg, het zachte gepruttel van een motorfiets die langzaam voorbij rijdt, pratende buren, een huilende peuter, het geslof van een voorbijganger op plastic slippers, de zachte zang van een vrouw die ’s ochtends vroeg voorbijkomt en haar kleefrijst in bananenblad aanprijst, een musachtig vogeltje dat fluit in de klimstruik tegenover mijn balkon.
Dat balkon mist nog iets. Er staat een grote ficusachtige plant in de verste hoek en op de stenen balustrade in de ander hoek staan in drie aardewerken potjes een cactus, een vetplantje en een bonsaiversie van de ficusachtige. Maar om er mijn favoriete plekje van te maken moet ik er kunnen zitten, om te lezen of gewoon te luisteren en mijmeren. Bij gebrek aan een traptrede moet er dus een krukje of stoeltje komen.
Na afscheid te hebben genomen van het kroonprinselijke paar, dat nu zicht heeft op veel water, molens en kaas op het tv-scherm, verlaat ik de ambassade en ga op pad om een bamboe krukje te zoeken. Het is een eind fietsen naar de bamboestraat. Een heerlijk tochtje.
Bamboestraat ligt onder de bomen aan een van de vele meren in de stad. Het is een aaneenschakeling van kleine winkeltjes die alle ongeveer hetzelfde verkopen, zoals in de schoenenstraat alle winkeltjes schoenen, in de wierookstraat alle winkeltjes wierook, in de gereedschapstraat alle winkeltjes gereedschap en in de snoepstraat alle winkeltjes snoep verkopen.
Met de fiets aan de hand wandel ik langs de winkeltjes en zie dat ze overal hetzelfde bamboe krukje hebben staan. Waar moet ik ‘m nu kopen? Op basis waarvan kies ik een winkeltje uit om de onderhandelingen te starten? Besluiteloos laat ik mijn blik over het zich repeterende assortiment glijden. Een oude vrouw met een gerimpeld gezicht en haar grijze lange haar in een slordige knot vangt mijn blik. Zij zit midden in haar winkeltje met bamboe spulletjes, opgestapeld tegen aquagroene muren. Dit lijkt mijn winkeltje te zijn.
Ik wijs op een krukje en vraag haar naar de prijs. De prijs die ze noemt, is niet hoog, maar onderhandelen is meestal een must, dus doe ik een tegenbod. Ze is echter duidelijk niet van plan om er iets af te doen. Na een tweede tegenbod van mij, wijst ze daarom maar op een stoeltje dat goedkoper is. Ze gebaart dat ik het stoeltje moet uitproberen. Hmm. Zit goed. Eigenlijk beter dan een krukje. Deze moet het worden. Het is een ministoeltje, maar voor een balkonstoeltje voldoet het prima. Bovendien moet het stoeltje mee op de fiets, dus dat het een erg klein stoeltje is, komt goed uit. Ik wijs op mijn pakjesdrager die niet over snelbinders beschikt en vertrouw erop dat zij een oplossing heeft. In Vietnam worden complete inboedels en veestapels per fiets vervoerd, dus het bevestigen van dit ministoeltje achterop mijn fiets zal geen uitdaging voor haar zijn. En inderdaad. Ze hoeft niet te zoeken naar een bol raffiatouw en een schaar en in een mum van tijd is mijn fiets-met-stoel rijklaar. Ik bedank haar en voeg me op de fiets-met-stoel weer in de motorenstroom.
’s Avonds zit ik in het donker, in mijn nieuwe stoeltje, op mijn eigen balkonnetje, in mijn steeg in Hanoi en mijmer en luister. Flarden van gesprekken waaien door de steeg. De overburen kaarten. De buurman daarboven rookt een sigaret, zittend in het raamkozijn. Een tv staat aan en ik hoor de tune van onze Lotto Weekend Miljonairs voorbij komen! Ik zoek de zender op mijn televisie en zap langs kanalen met Vietnamees nieuws, Vietnamese soaps, Koreaanse historische soaps, Chinees economisch nieuws, Australisch nieuws, BBC world news, National Geographic, Discovery Channel en Japanse humor en uiteindelijk vind ik de Vietnamese versie van onze kennisquiz. Zelfs Ajax – Sparta vind ik, met Australisch commentaar. Ik vraag me af of ze de woorden ‘it giet oan’ ook zouden laten horen, mocht de winter in Nederland streng genoeg worden om ze uit te spreken. Ik vermoed van niet. Maar wie weet organiseert de nieuwe ambassadeur in dat geval een koek-en-zopie-dag met een straalverbinding met Friesland. Zou W. A. van Buren dan ook van de partij zijn?

Wat jullie schreven