You are currently browsing the monthly archive for oktober 2008.

‘This is brake, drive slowly, you good driver?’ Meneer Xuan, de hoteleigenaar, die ook de motor verhuurt, is zuinig op zijn spullen en zijn gasten. ‘Yes, she very good driver, drives in Hanoi’, verzeker ik hem. ‘Ok, ok, be careful, this is brake, drive slowly ok?’ zegt hij nog maar eens voor de zekerheid. Hij weet het zo net niet, twee vrouwen op de motor.

 

Het is zeven uur in de ochtend. We zijn op pad. PY rijdt en ik zit achterop. Op weg naar de tankstop. Dan de brug over, richting Phat Diem. Zolang we nog in Ninh Binh zijn is de weg goed: vlak en breed. Weinig verkeer. Met een lekker vaartje tuffen we de stad uit. Verkeerd rijden kunnen we niet, het is min of meer immer gerade aus, 30 kilometer. Er is een alternatieve route, maar meneer Xuan vond die te ingewikkeld voor ons. ‘Not easy, not easy, veeeery difficult’. Bij gebrek aan een kaart van de omgeving nemen we dit advies maar ter harte.

 

Al snel rijden we tussen de rijstvelden, waar druk geoogst wordt. Het wegdek wordt minder, dus we doen het rustig aan. De vroege ochtendzon legt een zachtgele gloed over de velden. In de verte liggen dorpjes waar steevast een kerktoren boven uitsteekt. We zouden zo in Brabant kunnen rijden. Hoewel, van dichtbij blijken deze katholieke kerken een stuk kleurrijker te zijn dan die van ons.

 

Wij zijn op weg naar een heel speciale katholieke kerk: de kathedraal van Phat Diem. Maar, zoals altijd, is de weg ernaar toe minstens zo interessant als het doel. De velden en dorpjes wisselen elkaar af. Het dagelijkse plattelandsleven gaat zijn gangetje. De kapper opent zijn salon onder een boom aan de kant van de weg. De kippenboer brengt zijn levende have bungelend aan zijn fietsstuur naar de markt. Daar liggen al hompen vers geslacht varken op een houten tafel. Een hond scharrelt rond bij een hoopje vuilnis in de goot.

 

Dan stuiten we op een processie. Een lange stoet komt ons tegemoet en slaat voor onze neus rechtsaf. De kop van de stoet wordt gevormd door een groep mannen met hun fiets aan de ene en een grote zwartwitte banier in de andere hand. Dan volgt de muzieksectie. Mannen in een wit uniform, met een witte marinepet, blazen op hun trompet. Anderen slaan op hun trommel. Drie mannen in donkere kleren blazen op hun kèn dám ma, een hobo-achtig instrument, dat een mysterieus, blikken geluid voortbrengt.

Hierna volgt een eindeloze stroom vrouwen. Ook zij hebben de fiets aan de hand. In hun andere hand een kleurige paraplu tegen de nu inmiddels brandende zon. Allen dragen ze een witte ao dai, de traditionele dracht voor vrouwen. Nu had bij mij een lichtje moeten gaan branden. Niet vanwege de ao dais, maar vanwege hun witte kleur. De kleur van de rouw.

Al vaker zag ik een begrafenisstoet in Vietnam, maar deze herken ik in eerste instantie niet. Altijd dragen de mensen witte banden om hun hoofd geknoopt. Die zijn hier afwezig. Ik sla aan het fotograferen, tot ik de baar gewaar word, helemaal aan het einde van de stoet. Beschaamd laat ik mijn toestel zakken. Hoe mooi versierd de baar ook is, met bloemen, slingers en een banier, ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er foto’s van te maken.

 

Bijna rijden we het voorbij. Het bord met een pijl naar de Phat Diem kathedraal. Net op tijd zie ik ‘m en we keren om een smal zijlaantje in te slaan. Aan het einde van het laantje ligt de kathedraal, van ons gescheiden door een grote vijver. Het is nog vroeg. De toeristenbussen uit Hanoi zijn nog niet gearriveerd en de winkeltjes hebben nog geen klandizie. De kathedraal ligt er in zijn East meets West-pracht sereen bij. Enkele andere vroege vogels struinen rond de kathedraal; over de hoven en langs de losse zijkapellen. Het is een plaatje. De vijver weerspiegelt de klokkentoren, een bijna vierkant gebouw met drie open poorten die de doorgang vormen naar het voorhof van het hoofdgebouw. Het heeft drie daken in Chinese stijl: overhangend, met gewelfde hoeken. In het midden van elk van de drie poorten ligt een grote stenen verhoging, waarop vroeger de mandarijnen zaten om het gepeupel te observeren dat naar die gekke katholieke missen ging.

Op het voorhof ligt het graf van father Six, de Vietnamese priester die de kathedraal bouwde van 1875 tot 1899. Zijn werk is een unieke samensmelting van oosterse pagode- en westerse kerkstijlen.

 

De hoofdingang van de kathedraal is gesloten. We lopen rond en vinden een andere entree, aan de zijkant. De kathedraal is nu weer in gebruik en bij warm weer worden alle houten zijpanelen verwijderd uit de muur, zodat het lekker door kan waaien. Vanochtend zitten alle panelen op hun plaats en is het schemerig binnen. Ik zit een tijdje op een van de houten banken, die net als bij onze kerken van voor naar achter geplaatst zijn. Machtige houten pilaren van massief ijzerhout rijzen boven me uit. Zijsteunen met houtsnijwerk ondersteunen het dak. Het houten interieur straalt een enorme warmte uit. Boven en rond het altaar heersen de kleuren rood, goud en vooral hemelsblauw, waarin Chinese wolken drijven.

 

Buiten drijven er ook witte wolken in een helblauwe hemel. Het is nog steeds vroeg, maar we hebben er na een licht ontbijt al een hele ochtend opzitten. Op naar een restaurantje. Bij de uitstalkast aan de straat wijs ik op de eieren, de tomaten en de koekepan en de kokkin kijkt me een beetje aarzelend aan. Zij wijst op het rauwe rundvlees. Ik kijk háár een beetje aarzelend aan. Ik wijs nog een keer op de eieren en de tomaten. Als ze plakjes van het vlees begint te snijden, laat ik haar begaan en gaan we aan tafel in afwachting van wat komen gaat. Ze snijdt de tomaten. Ze slaat een teen knoflook en wat verse gember plat met een groot hakmes. Een bosje lenteuitjes gaat aan snippers. Als de olie heet is gaan de knoflook en de gember in de pan. Het vlees gaat erbij. Vervolgens de tomaten en de lenteui. Ach, dan maar met vlees, ook lekker. Maar dan heeft ze nog een ingredient over. Met een ei in de hand kijkt ze me vragend aan. Ze wijst eerst op het ei en dan op de pan. Ik knik ja. Ze vindt het héél vreemd, maar breekt dan toch twee eieren in de pan. Het eindresultaat is een beetje van haar en een beetje van mezelf en héél erg lekker. Maar wat moet er bij? Rijst blijkt er niet te zijn. En de bún (ronde noodles) vindt ze niet gaan bij het nieuw ontstane gerecht. Maar ze weet raad. Bij de overbuurvrouw haalt ze een heerlijk vers Frans stokbroodje en overhandigt mij dat met een onzekere blik. Als ze me ziet smullen is ze gerustgesteld. Voldoende om nog een koppelpoging te wagen met een ongetrouwde lokale bezoeker.

 

Met een gevulde maag stappen we weer op de motor. We volgen dezelfde weg terug, zoals meneer Xuan ons op het hart drukte. Maar dat geeft niks, het ziet er toch allemaal net weer  iets anders uit en ik geniet net zoveel als op de heenweg. Meneer Xuan ziet ons terugkeren en kijkt goedkeurend. Wij zijn nog heel en zijn motor ook. Best stoere meiden, denk hij.

 


Meer foto’s van de korte vakantie in Ninh Binh en omgeving op: http://picasaweb.google.com/aquanica68

(via blogroll als deze link niet werkt)

 

 

Mijn voorlopig favoriete stekje is het trapje voor de deur, vooral ’s avonds in het donker. Nog even luisterend naar het zingen van de krekels, het gekwaak van de kikkers en het ge-oink van de gekko’s. Tenminste als het laat genoeg is, want dit eens stille laantje is nu een doorgangsroute geworden naar de oever van het West Lake. Daar is het afgelopen jaar een boulevard aangelegd die nogal populair is bij de Hanoise jonggeliefden. Zij hebben nergens privacy, behalve in het donker, aan de waterkant. Daar schijnt druk te worden gevoosd. Pas als de motorgeluiden verstommen, daalt de rust neer en is de stilte hoorbaar.

 

Een andere populaire plek voor romantisch samenzijn is Lovers Lane, bijnaam voor de weg die tussen het West Lake en Truc Bach Lake in loopt. Aan beide kanten water dus. Tien jaar geleden was ik hier voor het eerst. Het was inderdaad een romantische plek. Het verkeer in Hanoi bestond toen nog voor tachtig procent uit fietsers. Niet de jachtige fietsers die wij vaak zijn, maar meer van het type dat net genoeg vaart heeft om niet om te vallen.

 

Hoe anders is het nu! Lovers Lane is Traffic Lane geworden. In ieder geval in de avondspits. Wat was ik blij met mijn fietshelm toen ik juist daar terechtkwam in een opstopping van honderden motoren en enkele auto’s. Toch voel ik me heel thuis in Hanoi als ik op de fiets zit. Het is heerlijk om onderdeel van de stroom te zijn. In Nederland zijn de straten ‘leeg’, ook al zijn ze vol met auto’s. De mensen zitten verstopt in hun compartimentjes: hun huizen, kantoren en huisjes op wielen. Hier is alles vol leven, een zacht stromende energie.

 

Is fietsen in Hanoi al een heerlijke, hoewel uitdagende, manier om je deel van het geheel te voelen, het summum is toch wel bij iemand achterop de motobike door de stad te cruisen. Je zweet niet en kunt lekker om je heen kijken. Helaas geen wind meer door je haar, want sinds kort is het verplicht om een helm te dragen, wat maar beter is ook …

 

En als ik dan voor het slapen gaan buiten op dat trapje zit, luister ik naar de zingende krekels, de kwakende kikkers en de oinkende gekko’s. Het lawaai van de stad sterft weg en het lawaai van de natuur neemt het weer over. Een weldadige lawaai, na een dag getoeter en geronk.

 

mijn fietshelm en ik
fietshelm
mijn motorhelm en ik
motorhelm

 

uitzicht opvangadres, maandag (bewolkt en aangename temperatuur) en woensdag (zonnig en warm):
mandarijnenkwekerij

mandarijnenkwekerij

 

 

taxireclame

taxireclame

 
kabeljungle
kabeljungle
palmen in dure achtertuinen

palmen in dure achtertuinen

En toen was het ineens 12 oktober …

Stond ik daar op Schiphol. De duizend-en-één-dingen-duizeligheid van het organiseren nog nagalmend in mijn hoofd. Alle mooie afscheidswoorden en –cadeautjes in mijn hart opgeslagen.

Ik ging dus echt, want ik stond daar toch op Schiphol met een uitgeleidebrigade? Ik was er zelf haast verrast om. En het moest nog snel ook, vanwege de drukte. Omhelzingen en tranen. En die handen die maar de lucht in bleven gaan om te zwaaien, de hele douanerij lang. Een beeld dat ik echt nooit meer zal vergeten.

 

De tranen bleven af en aan stromen tot, zeg, boven Gdansk of Litouwen, maar toen kwam de afleiding met het eten en het versneld invallen van de avond. De slaap wou niet komen deze keer, maar hé, was dat even een meevaller, want de nacht was zoooo mooi boven Ust Kamenogorsk, Novosibirsk en Mongolië. Een witheldere, bijna volle maan bescheen kale bergruggen en grillige dalen en liet mysterieuze aders en vlekken goudzilver oplichten en weer doven. Het duurde even voor ik in de gaten had dat het maanlicht de onder mij doorglijdende rivieren en meren kortstondig bescheen. Een verschijnsel dat ik nog niet eerder in mijn vlieghistorie had ontdekt. Waanzinnig mooi!

 

Tussen de slaappogingen door bleef het schermpje met de flight information mijn blik trekken. Mijn hoofd stond niet naar een film. De time to destination kroop per kwartier terug, geen enkele keer per uur of langer. Hmm, hadden Jan, Floor, Melanie of Kees op mijn plek gezeten dan hadden ze een hele toets kunnen vullen met opgaven over local time at destination en at origin, de altitude in feet en meters, de outside temperature in graden Celcius en Fahrenheit, de groundspeed en tail wind in miles en kilometers en misschien ook wel over de dragelijkheid van de snelheid waarmee een hart zich verwijdert van zijn geliefden.

 

Op Hong Kong Airport volgde een traject van eindeloze wandelbanden naar de transfergate, waarna ik eindelijk in het vliegtuig naar Hanoi kon stappen. Een van Vietnam Airlines nog wel, een mooie petrolgroene vogel. Is het deze kleur die mij met Vietnam verbindt?

 

Op Noi Bai Airport verliep alles veel vlotter dan gebruikelijk. Een beetje zenuwachtig wachtte ik op een vraag over mijn purpose of visit. Wat zou ik moeten zeggen? Op mijn inreisformulier had ik tourist en business ingevuld, alleen tourist zou misschien verdacht zijn geweest met een business visum voor zes maanden. Maar de vraag kwam niet en ik kon zo doorlopen naar de bagageband, waar mijn tas al rondjes aan het draaien was. Toen nog door de declaration met een stalen gezicht en meteen zag ik vriendin P Y staan in de afhaalmenigte. Ik was aangekomen.